Gepost door: johnpiek | april 14, 2012

817. Ik heb zelf ook een ergernis….

14 april 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Beste webmaster,

Ik heb zelf ook een ergernis op het gebied van spatiegebruik. Een foto hoef ik niet mee te sturen, mijn ergernis betreft namelijk het logo van de website Signalering Onjuist Spatiegebruik zelf.

Ik ben morsetelegrafist. Hobbymatig, want beroepsmatig vind je ze in hoofdzaak alleen nog in delen van Afrika en in China (inclusief het Chinese leger). Ik heb een kleine verzameling seinsleutels om deze hobby mee te bedrijven, en als zendamateur maak ik geregeld via de ether verbindingen in morsetelegrafie. Ik ben dus zeker niet de enige. In Nederland zijn er duizenden net als mij, en internationaal honderdduizenden.

In de jaren 80 heb ik zelf een cursus morse voor zendamateurs geschreven die nog steeds op verschillende plaatsen bij de opleiding wordt gebruikt.

Mijn ergernis is de volgende: de morsetekens onder de drie letters SOS op uw site, daar klopt niets van. Dat wil zeggen, ook spatiematig niet. Een streep moet om te beginnen precies driemaal zolang als een punt zijn. De spatie tussen de punten moet precies één puntlengte groot zijn, terwijl de spatie tussen de tekens voor een letter drie punten groot is (net zolang dus als een streep). Spaties tussen woorden zitten niet in uw logo, maar voor de volledigheid: de spatie tussen woorden verschilt per land, maar die moet ofwel vijf of zeven punten groot zijn. Op het gebied van puntlengte, streeplengte en bovenal de vereiste spaties hiertussen klopt er in het geheel niets van uw logo.

Mijn vraag cq. verzoek is daarom met enige klem: zou u niet bereid zijn om uw logo aan te passen om aan deze flagrante vorm van onjuist spatiegebruik ook een einde te maken?

Vriendelijke groeten,
John Piek
Radioroepnaam PA0ETE

Gestuurd aan: www.spatiegebruik.nl

Categorie: life-log – plusminus 218 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Muziektip: Heartbroken by Hooverphonic http://tinysong.com/FFs8

Advertenties
Gepost door: johnpiek | april 11, 2012

816. Over op Linux

10 april 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Sinds bijna anderhalf week ben ik over op Linux. Ik weet niet of iedere lezer dat wat zegt. De meeste computers werken met Windows van het bedrijf Microsoft. De meeste mensen weten niet dat er ook alternatieven zijn. De meeste PC’s worden met Windows afgeleverd. Daar betaal je ook voor, het bedrag dat je betaalt zit in de aanschafprijs.

Alleen de PC’s van Apple worden met een ander besturingssysteem dan Windows afgeleverd. Het besturingssysteem van Apple is veel gebruiksvriendelijker dan Windows is. Maar het heeft hooguit 10% van de markt of zelfs nog minder. Apple computers zijn behalve gebruiksvriendelijk en bijzonder mooi, daarnaast ook heel duur. De mensen willen ze zo graag hebben dat Apple ze maar met moeite afstaat. Lange rijen zijn het gevolg als er weer eens een nieuw type uitkomt. Eigenlijk zou iedereen recht op een Apple computer moeten hebben, maar ze zijn daarvoor dus gewoon te prijzig, ook als occasion, en dus zijn ze alleen maar voor de mensen die ze betalen kunnen. En voor een paar fetisjisten die ze niet betalen kunnen maar zich er graag voor in de schulden steken.

Er is nog een systeem en dat is Linux. Slechts heel weinig computers worden standaard met Linux afgeleverd. Alle PC’s zijn echter wel geschikt om met Linux te gebruiken en er zijn dus wel aardig wat mensen die achteraf op Linux overschakelen. Linux is gebaseerd op een ander systeem, dat Unix heet. Voor Linux zijn in tegenstelling tot Unix geen betaalde patenten gebruikt en de software is dan ook open source en gratis. In sommige landen zijn de overheden bang voor spionage van andere landen of van criminelen, en daar wordt dan door de overheid Linux gebruikt in plaats van Windows (Apple is op een paar werkplekken na ook voor gemeentes en andere overheden te duur). De reden van de grotere veiligheid tegen bijvoorbeeld spioneren is dat iedereen weet of kan weten hoe Linux er van binnen uitziet, en om die reden wordt ongetwijfeld ieder stiekem digitaal sleutelgaatje waar iemand misschien bedoeld of onbedoeld doorheen zou kunnen kijken uiteindelijk wel door een speurende hacker of andere computerhobbyïst opgespoord. Bij de andere gesloten systemen weet je maar nooit met welke overheid of erger zo’n leverend bedrijf het al dan niet gedwongen of uit geldbejag op een sleutelgat-akkoordje gooit.

Daarnaast zijn de makers van spyware en allerlei ander vervelend gespuis dat op ons digitaal zuurverdiende geld uit is ook niet gek. Het maken van geniepige trucs om burgers hun geld te ontfutselen is ofwel bijzonder duur, of ingewikkeld en tijdrovend. Dat werk ga je niet doen voor een systeem dat misschien maar vijf procent van de mensen gebruikt. Liever doe je dat voor wat de meerderheid in huis heeft. Op de Nederlandse Wikipedia-pagina van de Linux-variant Ubuntu staat deze zin: “Voor op Linux gebaseerde besturingssystemen zijn er vrijwel geen virussen, waardoor ook Ubuntu hier minder vatbaar voor is. Hoewel er enkele virussen zijn ontwikkeld voor GNU/Linux, worden die in het algemeen beschouwd als onderzoeksobjecten.”

Voor Linux bestaan zelfs nauwelijks virusscanners. Ik ken er maar eentje, maar die heb ik niet geïnstalleerd. Niet nodig… Wel is het zinvol om een soort van firewall (iptables genaamd) te gebruiken.

In de praktijk heb ik mijn systemen ‘dual boot’ gemaakt. Dat wil zeggen dat je bij opstarten kunt kiezen of je hem met Linux wilt gebruiken, of met Windows zoals de fabrikant dat meegeleverd heeft (daar heb je immers voor betaald). Als ik de PC’s aan zet en ik reageer echter niet binnen acht seconden, dan starten ze vanzelf met Linux op.

Ik heb uitgebreid getest met verschillende systemen, door ze onder virtualisatie te gebruiken (daarbij verander je onder andere niets aan je bestaande systeem), maar in de praktijk blijkt het allemaal ook veel prettiger dan met Windows te werken, en het systeem is in zijn huidige vorm ook een stuk sneller. Alle toepassingen en programma’s die je wilt gebruiken zijn heel gewoon gratis.

Ubuntu is het Linux-systeem dat ik na veel overwegingen vooralsnog ben gaan gebruiken.  Dit is van alle Linux-varianten waarschijnlijk het eenvoudigst te gebruiken, en ik ben qua beheer natuurlijk een relatieve beginner op dit gebied. Dit soort software wordt met name door hobbyïsten gemaakt, maar er zijn wel bedrijven die zich ermee bezighouden. Die verdienen hun geld door bijvoorbeeld onderhoud, advies en opleiding t.a.v. de systemen die bij hun bedrijfsmatige klanten staan.

Ik ben bij het uitproberen nog niets tegengekomen dat waar ik niet heel eenvoudig een handig programma voor kon vinden, dat is te zeggen op enkele dingen specifiek voor mijn werk na dan. Onder andere de vertaalsoftware die ik gebruik, en mijn software om een tijdschrift in elkaar te draaien, die heb ik alleen voor Windows (hoewel met name dat laatste ook gewoon voor Linux bestaat). Ik denk om die reden dat ik in de praktijk nu voor zo’n 80 procent of iets meer naar Linux overgeschakeld ben en dat het ook wel in die buurt van dat getal zal blijven. Ook met de compatibiliteit overigens geen enkel probleem. Ik had hier ook in de evaluatiefase al naar gekeken. Bestanden fietsen net zo makkelijk van Windows naar mijn Linux-toepassingen als weer terug. Zelfs mijn lokale netwerk hier binnenshuis werkt zonder iets extra te hebben hoeven instellen en/of installeren heel gewoon voor beide systemen. Vanaf Linux kan ik dingen op de harde schijf van een Windows-PC wegschrijven, maar ook hier weer: andersom gaat net zo goed. Het bevalt uiteindelijk allemaal zodanig goed dat ik geweldig spijt heb dat ik niet een paar jaar eerder deze wijsheid tot me heb gekregen.

Categorie: life-log – plusminus 915 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Muziektip: Wrapped Aroung Your Finger by The Police http://tinysong.com/Jfra

Gepost door: johnpiek | maart 31, 2012

815. Géén gouwe ouwen

31 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Dit keer meteen al een Muziektip aan het begin. Als je de toon van deze column alvast wilt weten klik je voor met lezen te beginnen op deze link http://tinysong.com/Jizx voor wat achtergrondmuziek. (De muziek opent in een nieuw scherm, de column blijft tegelijk leesbaar in dit scherm).

Toen Van Kooten & De Bie een jaar of veertig waren (wat mij toen al heel erg oud leek) hadden ze het in hun tv-programma eens over popmuziek. Ze vroegen zich af waarom ze bij de nieuwe muziek van die tijd nooit meer kippenvel hadden bij een nieuwe plaat die uitkwam. Of desnoods bij de oude muziek, waar ze dat daarvoor wel hadden.

Het leek mij geen leuk vooruitzicht om al ouder wordend ook nog muziek niet meer zo leuk te vinden dan toen je nog wat jaren jonger was.

Hoe haaks staat dit op mijn eigen ervaring. Misschien wijk ik hierin wel van de meerderheid af. Het is in elk geval waarschijnlijk dat ik van de meerderheid afwijk met mijn muzieksmaak. Ik weet nog dat er rond dezelfde periode als deze uitzending van Koot & Bie (ik was tweede helft twintig) er verschillende van mijn vrienden waren die zeiden dat de popmuziek van die tijd ze niet meer aansprak. Ik vond in dezelfde periode juist dat er ineens zulke leuke vernieuwende muziek gemaakt werd.

In de jaren erop waren er geregeld kennissen die er bij mij op aandrongen dat ik toch eens wat meer van muziek moest gaan houden die iets beter bij mijn leeftijd paste. Een deel daarvan vond dat ik me vooral toch eens in de klassieke muziek moest gaan verdiepen. Wat ik tegelijk wel ging merken was dat ik steeds minder van de muziek van mijn ‘muziekhelden’ van weleer ging houden. Ooit was ik nogal into symfonische rock, en zelfs hardrock. Maar ik vond die muziek wat jaren latern helemaal niet zo leuk meer. Hoewel er uitzonderingen waren/zijn.

Steeds meer merkte ik dat zodra muziek meer dan een jaar of vijf oud was, dat mijn belangstelling ervoor dan steeds verder verminderde. Lange tijd wist ik nog wel de herinneringen te waarderen die bij sommige muziek ineens tevoorschijn kwam. Dat verschijnsel is echter verdwenen sinds ik een aantal jaren tussen collega’s zat waar dagelijks popmuziek viel te beluisteren. Met de herhaling vervaagden ook die herinneringen steeds verder.

Het is nog steeds zo dat veel van de muziek die ik echt leuk vind niet meer dan vier, vijf jaar oud is of slechts heel iets ouder. Heel af en toe herontdek ik ineens iets, zoals bepaalde nummers van de band Journey en een nummer van de band Rush. Dat kwam doordat ik zo’n nummer dan bijvoorbeeld eens als achtergrondmuziek in een misdaadserie hoorde en ineens dacht ‘he dat is nog steeds leuk’. Bij de meeste van de muziek die ik van vroeger wel eens probeer slaat echter de saaiheid toe, als het tenminste geen afschuw is..

Hoezeer er soms toch nog steeds (meest van leeftijdsgenoten) kritiek op mijn smaak van muziek komt, ik ben er toch redelijk standvastig in. Als mensen blijven volhouden in hun gedram hierover en dan bijvoorbeeld met een bepaald nummer of muziekstuk aankomen, dan zeg ik na het geprobeerd te hebben naar waarheid steevast “ik houd nu eenmaal niet van gouwe ouwen”. Het zijn vooral de liefhebbers van klassieke muziek die soms enorm beledigd kunnen zijn over zo’n opmerking, die wat mij betreft in het bijzonder juist voor klassieke muziek in meervoud waar is.

Fuck you! Fuck you very much….

(Wat ik dan wel leuk vind? Lady Gaga, Black Eyed Peas, David Guetta, Owl City, Kate Nash, Lily Allen, Calvin Harris, Jessie J., Adele, Cardigans, Rihanna, Hooverphonic, Shantel, Amy Winehouse, Blue, Natasha Bedingfield, Kyteman, Pet Shop Boys, Maria Mena. Onder andere….)

Categorie: life-log – plusminus 538 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Ok, nog een tweede muziektip dan maar, geheel conform mijn eigen huidige smaak:
Listening to What Doesn’t Kill You by Kelly Clarkson #nowplaying http://tinysong.com/LdB5

Maar ook deze, voor de meesten vermoedelijk iets minder toegankelijke muziek vind ik gewéldig:
Listening to Stromae – Alors on Danse by Stromae #nowplaying http://tinysong.com/Dn76

Kippenvel krijg ik van zowat elk nummer van Shantel, dat is zo anders en vernieuwend:
Listening to Mahalageasca (Bucovina Dub) by Shantel #nowplaying http://tinysong.com/Swfh

Listening to Bucovina by Shantel #nowplaying http://tinysong.com/eFrQ

En twee gouwe ouwen die ik dus wel (herontdekt) leuk vind:
Listening to Who’s Crying Now by Journey #nowplaying http://tinysong.com/ZMOP

Listening to Surrender by Jon Anderson #nowplaying http://tinysong.com/pQ4v:

Gepost door: johnpiek | maart 20, 2012

814. Taal is zeg maar een levend ding

20 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Mensen die al te strak aan taalregels vasthouden vergissen zich deerlijk. Taal is een levend ding. Alleen potjes-latijn en oud-grieks zoals dat bij medici en wetenschappers in gebruik is en bij filosofen zijn dat niet. Maar dat zijn talen die niet gesproken worden. Ze worden dan ook ‘dode talen’ genoemd.

Als bijvoorbeeld genoeg mensen ‘hullie’ gaan zeggen in plaats van ‘hen’, dan raakt dat vanzelf ingeburgerd en wordt het zeker ook officieel Nederlands.

De belangrijkste eigenschap van taal is dat het een serie afspraken is tussen mensen. Als die afspraken voor de meerderheid van de mensen veranderen, dan kom je als je niet meeverandert na verloop van tijd in de situatie dat de meeste mensen niet meer begrijpen wat je bedoelt. Voor spreektaal geldt dat overigens meer dan voor schrijftaal. Meerdere schrijvers bleven zelfs na twee spellingherzieningen gewoon de spellingregels van 1954 gebruiken. Wijlen Harry Mulisch was een schrijver die dat deed.

Het is vanwege de veranderlijkheid van onze taal dus ook dom om al te zeer aan bestaande afspraken vast te houden. De spelling van voor 1954, die sterk afwijkt van hoe we nu schrijven komt bij veel mensen van tegenwoordig nogal potsierlijk over. Er werd veel meer dan nu om de hete brij heen gedraaid met veel omhaal van woorden, met name naarmate de spreker belangrijker was. Bij de spelling van destijds gebruik je nog vaak dubbel o in plaats van enkel oo, zoals bij het woordje zo, dat schrijf je als ‘zoo’. Maar ook zijn er verschillen in hoe sommige naamvallen nog worden gebruikt. Het woord U schreef je destijds met een hoofdletter, ook al werd daarmee niet iemand uit de Bijbel bedoeld.

De gebruiken bij spreektaal zijn met name sinds de jaren zestig nog veel meer veranderd dan bij geschreven tekst, vooral wat betreft de vormelijkheid. Veel meer dan nu werden mensen aangesproken met ‘meneer’ of ‘mevrouw’ en niet bij hun voornaam. Dat gebruik is uit de Anglosaksische wereld over komen waaien, met name uit de VS.

Als in de jaren vijftig een vrouw ongetrouwd was, dan was het heel belangrijk om dat aan te geven, zo iemand was juffrouw of mejuffrouw. Dat was ook omdat het tot halverwege de vorige eeuw in Nederland voor getrouwde vrouwen niet toegestaan was om hun baan te behouden zodra ze in het huwelijksbootje stapten. Ging je trouwen dan werd je automatisch ontslagen. Toen dat niet meer verboden was, bleef dit toch nog zeker tien jaar (tot begin jaren zestig) het gebruik. Een baas keek wel heel verwonderd op van een vrouw die wel wilde blijven werken. Zeker als dat ook nog full-time was. Dat haar man ermee akkoord ging met zo’n slechte huisvrouw getrouwd te zijn. Onvoorstelbaar als je dit met de ogen van nu beziet.

Categorie: bespiegeling – plusminus 457 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Muziektip: My soul pleads for you – Simon Webbe http://tinysong.com/scIv

Gepost door: johnpiek | maart 9, 2012

813. Cold reading

10 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Cold reading is een techniek die door goochelaars en illusionisten vaak gebruikt wordt om zogenaamd dingen te kunnen voorspellen. De techniek wordt ook wetenschappelijk bewezen gebruikt door tv-persoonlijkheden als Derek Ogilvie en het ‘medium’ Char. Ook wordt de techniek vaak ingezet in het kader van verkoopgesprekken.

Hoe gaat dat cold reading nou in zijn werk, en kan iedereen het leren? Op de eerste vraag ga ik hieronder in, en ja, de meeste mensen met een beetje gezond verstand en enig invoelingsvermogen kunnen leren om cold reading-technieken te gebruiken. Er zijn ook natuurtalenten die de methode als het ware al in zich hebben.

Het doel van cold reading is om zonder daadwerkelijk vooraf iets van een gesprekspartner te weten, de indruk te wekken dat je wel iets (of zelfs veel) over die persoon weet.

Belangrijk voor cold reading is dat je bovenal uitzoekt wat je gesprekspartner graag wil horen, en hem/haar zoveel mogelijk vertelt wat deze persoon wil horen. Met vleierij kom je al een heel eind, zeg maar. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat de gesprekspartner vooral in het begin veel aan het woord komt, en eigenlijkl is dat sowieso een belangrijke lijn. Als de gesprekspartner aan het woord is kom je meer te weten, en bovendien maak je zelf geen missers. Zolang dit natuurlijk niet gaat opvallen.

Hoe meer iemand vertelt, hoe meer je weet, en als je veel weet kun je hieraan ook onverwachte conclusies verbinden. Een cold reader houdt daarbij de eigen uitspraken zoveel mogelijk vaag. Een cold reader stelt bovendien vooral veel vragen: hoe meer in de vragende vorm gesteld wordt, hoe kleiner de kans dat je op een verwijtbare fout betrapt kunt worden.

Het ligt voor de hand om bijzonder goed op te letten. Zijn er kleine, onbewuste knikjes of andere signalen waaraan je kunt weten of je je pijlen op het juiste onderwerp richt? Ook aan iemand’s veranderende blijk kun je veel te weten komen over hetgeen besproken wordt. Wat bijzonder goed werkt, met name bij een wat meer lichtgelovige gesprekspartner is zeggen dat je iets wat net verteld werd vanzelfsprekend al wist. Andere belangrijke zaken zie je meteen al bij de eerste kennismaking met een gesprekspartner. Vaak kun je veel informatie al krijgen door te letten op kleding, haardracht, lichaamshouding, accent, sieraden etc.

Door vooral dubbelzinnige vragen te stellen kun je de uitkomst ervan nog in een ongewenste richting buigen. Vraag bijvoorbeeld “Je rijdt toch niet in een Volkswagen?” Wanneer je dan als ‘medium’ een ontkennend antwoord krijgt en iemand rijdt in een Renault zeg je: “Zie je wel, ik dacht al, je bent niet het type voor een Duitse auto”. Maar wanneer iemand het antwoord bevestigt zeg je: “Dan klopt het toch. Ik denk al waarom krijg ik steeds die Volkswagen van de andere wereld door…”

Een andere methode is om een vraag zo te stellen dat een groot aantal van de mogelijke antwoorden juist is. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat je een bepaalde letter doorkrijgt, waarna je een letter noemt die er een beetje op lijkt en zegt “w of een v”. Op zo’n moment gaat de gesprekspartner beide letters vergelijken met eigen voor- en achternaam, naam van mensen uit de omgeving en met andere zaken. De kans is dan nagenoeg 100% dat iemand de vraag kan beantwoorden met “het klopt, want….”

Bijzonder veel gebruikt zijn algemene uitspraken die voor erg veel mensen van toepassing zijn. Je ziet dat ook vaak in de weekhoroscopen in bladen staan en dergelijke uitspraken zijn ook bij de “mediums” op nachtelijk SBS6 bijzonder populair. Bijvoorbeeld: “U krijgt van de meeste mensen onvoldoende waardering, en toch staat u altijd voor iedereen klaar.” of “U vindt het prettig om af en toe een schouderklopje te krijgen.” Het verschijnsel dat mensen zichzelf in dat soort gemeenplaatsen herkent wordt in de psychologie het Forer-effect genoemd. De definitie daarvan luidt (ongeveer): de neiging van mensen om vage en algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te accepteren als rake en typerende omschrijvingen, zonder zich te realiseren dat dezelfde omschrijving voor bijna iedereen opgaat.

Het verschijnsel heet het Forer-effect omdat de Amerikaanse psycholoog Bertram Forer in 1948 een persoonlijkheidstest aan zijn studenten voorlegde. Vervolgens gaf hij hen een ‘nauwkeurige’ persoonlijkheidsanalyse met de mededeling dat dat de uitkomst was van de persoonlijkheidstest zou zijn, waarbij hij vroeg aan de studenten om aan te geven wat volgens hen het waarheidsgehalte was van de uitslag.

De studenten gaven vervolgens gemiddeld aan dat 87% van de uitslag klopte. De studenten waren verbijsterd toen ze de ware toedracht hoorden. Niet alleen omdat ze te horen kregen dat ze allemaal exact dezelfde tekst als persoonlijkheidsanalyse hadden gekregen, maar ook dat Forer de tekst daarvan geheel had samengesteld met teksten uit tijdschrifthororoscopen die hij in een nabijgelegen tijdschriftkiosk had gekocht.

Afijn, zeg dus als je weer eens een zogenaamd medium hoort praten niet dat ik het niet gezegd heb 🙂

Categorie: achtergrond – plusminus 811 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Bronvermelding: Wikipedia in diverse talen, diverse andere bronnen

Muziektip: Please Sister by the Cardigans http://tinysong.com/Rxes

Gepost door: johnpiek | maart 7, 2012

812. De Big Brother Awards

8 maart 2012
©2012, copyright: GoHansBrinker.com

Vandaag is de dag dat de Big Brother Awards 2011 bekend worden gemaakt. De Big Brother Awards worden jaarlijks in Nederland toegekend aan de grootste privacyschenders van het afgelopen jaar. Juryvoorzitter is columniste en schrijfster Karin Spaink. Andere juryleden zijn Antoinette Hertsenberg van onder andere het TROS-programma Radar, hoogleraar Media- en Telecommunicatierecht Nico van Eijk, rapper Typhoon en KPMG Advisory partner Edo Roos Lindgreen.

Indrukwekkende deelnemers die privacyschenders van dit jaar mag je wel zeggen. Bijzondere vermelding vanwege hun brevet van onvermogen kreeg het met internetbeveiligingscertificaten stuntelende bedrijf Diginotar. Door hen moest DigiD een tijdje uit de lucht, raakten tal van overheden met hun beveiliging in de problemen en bovenal brachten ze een aantal Iraanse internetgebruikers en dissidenten in levensgevaar.

Ik weet op het moment dat ik dit schrijf nog niet wie het gaat winnen, maar voor mijzelf staat toch wel de Utrechtse gemeente Rhenen bovenaan. Op 30 april houdt koningin Beatrix in die gemeente een deel van de dag haar verjaardagsfeest. De gemeente Rhenen heeft aangekondigd om in de periode vooraf “preventieve huiszoekingen” in te gaan zetten. Volgens burgemeester Joost van Oostrum is dit in het licht van de gebeurtenissen drie jaar geleden in Apeldoorn nodig om de veiligheid van de koningin te kunnen garanderen. Tijdens een informatiebijeenkomst vol inwoners van die plaats die bezorgd zijn over dit plan meldt de burgemeester bovendien: “Mensen die niet meewerken aan deze huiszoekingen worden gearresteerd.” En na vragen hierover: “Ik snap uw emotie maar ik zou u echt willen aanraden om zich daar niet tegen te verzetten. Want als u dat doet, dan denk ik dat u op 30 april niet in Rhenen bent maar in het arrestantencomplex van de politie Utrecht te Houten.” Op twitter schreef de goede man over deze bijeenkomst: “Het is een gevoel van eerst schrikken en daarna het FEESTgevoel weer oppakken. Zo ging het gisterenavond gelukkig ook.”

Een huiszoeking is niet iets dat je zomaar doet. Zoiets grijpt emotioneel zeer bij degenen die het overkomt in. De dreiging ermee aan niet-verdachte inwoners van de gemeente is onnodig intimiderend, en je kunt je afvragen of dit soort zware maatregelen überhaupt nodig zijn. Immers in de andere gemeenten waar sinds 2009 koninginnedag werd gevierd was een dergelijke draconische maatregel ook niet nodig. De laconieke dreiging met de cel vind ik helemaal stuitend. Ik zou me als inwoner van Rhenen in alle ernst afvragen wat ik in een plaats met een dergelijke Nicolai Caucescu als burgemeester nog te zoeken heb.

Bij de kandidaten in de categorie bedrijven valt KPN Mobile op. Zij zijn genomineerd vanwege hun gebruik van de deep packet inspection-technologie, dat zij als eerste ter wereld inzetten. Met de techniek kunnen gebruikers bespioneerd worden, d.w.z. de inhoud van hun berichten wordt ermee bekeken. Vooral het feit dat KPN net doet of haar neus bloedt over de storm van kritiek die ze hierover kreeg en bovendien zegt trots te zijn op het gebruik van de technologie is ronduit stuitend.

Vlak ook Connexxion niet uit. Dit brave busbedrijf ziet zichzelf als verlengstuk van de overheid. Connexxion helpt actief bij de opsporing en uitzetten van mensen zonder geldige verblijfsvergunning, en selecteert die mensen op hun uiterlijk. Als een negroïde vrouw uit Amsterdam zich laat afzetten in een welgestelde gemeente als Heemstede of Bloemendaal moeten Connexxion-chauffeurs standaard de politie inschakelen, waarna zo’n vrouw dagenlang door politiefunctionarissen wordt gevolgd. Het kan in zo’n geval namelijk weleens een illegale werkster zijn. Uiteindelijk wordt vastgesteld waar iemand’s kennelijke werkadres is en vervolgens wordt zo iemand aangehouden. Dit blijkt uit uit de stukken van een procedure die voor de Raad van State is aangespannen. Deze praktijk blijkt zeer onwettig, en het bedrijf werd op de vinger getikt. Verweer van Connexxion voor de rechter: “Als iemand geen geldig plaatsbewijs heeft en zich niet wil legitimeren, moeten wij de politie inschakelen.” Ook klanten die wel betaalden, maar met een uiterlijk dat Connexxion-medewerkers niet aanstond werden echter op deze manier verklikt. Bedenk wel: dit is hoe het bedrijf dus met haar eigen betalende klanten omgaat. Bedenk, ook datzelfde Connexxion kwam in voorbije jaren nogal al eens in aanvaring met minderheidsaandeelhouder de Staat der Nederlanden vanwege de hoge bonussen. Daarbij lagen de normen dus ineens een heel stuk minder hoog.

In dezelfde categorie als KPN Mobile en Connexxion is ook Facebook kandidaat. Het aantal keren dat dat bedrijf op de vingers werd getikt wegens privacyschendingen in de VS en daarbuiten is al niet meer te tellen. Facebook verzamelt gegevens van gebruikers over hun internetgebruik, ook wanneer deze zich op andere sites dan Facebook zelf bevinden, en geeft ook toe gegevens van anderen op internet te verzamelen. Vol trots presenteert het bedrijf het bezit van deze gegevens bij haar beurspresentatie. Het bedrijf belooft gegevens niet met adverteerders te delen, doet dat wel. Gebruikers kunnen de toegang tot hun gegevens beperken tot alleen hun vrienden, maar de apps die die vrienden gebruiken kunnen dan weer wel bij die gegevens, en zo liggen ze dus alsnog op straat. Facebook bouwt in Europa een database met biometrische gegevens van de gezichten op de profielfoto van hun gebruikers. Gebruikers is daarbij niets gevraagd rondom opname in die database, en kunnen, eenmaal daarin opgenomen ook niet vragen om die gegevens er weer uit te verwijderen. Als overheidsorganisaties bezwaar maken, dan worden de verzoeken om aanpassingen zo minimaal mogelijk uitgevoerd en zo gaat het maar door.

Andere kandidaten dit jaar zijn privacybestrijder en staatssecretaris Fred Teeven, minister Edith Schippers die het Elektronisch Patiënten Dossier van parlement en Eerste Kamer (unaniem) niet mocht invoeren, maar die dat via de U-bocht van het uitbesteden aan een commercieel bedrijf nu alsnog gaat doen. Verder zijn politie- en opsporingsdiensten genomineerd, die hun bevoegdheden ten koste van de privacy steeds verder uitgebreid zien, maar die zich desondanks zelf slechts zelden aan de regels op dit gebied houden. Ten slotte was onder andere het Korps Landelijke Politiediensten genomindeerd dat in strijd met de wet, computers van onschuldige burgers hackt en overneemt en daarbij spyware inzet om ze te bespioneren.

Afijn, ik ben dus heel benieuwd wie hem gaat winnen!

Categorie: opinie – plusminus 1007 woorden – Alles op deze website is in principe fictie, hoewel er elementen uit de realiteit kunnen zijn verwerkt. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Gepost door: johnpiek | juni 21, 2011

758. Een nieuwe serie mini-staatjes

6 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com

De komende dagen publiceer ik weer een nieuwe column in de serie ‘micronaties’. Ik ben al een poosje bezig om de serie aan te passen. En ik heb daar de afgelopen tijd ook nogal mee geworsteld. Uiteindelijk zullen de tekstjes hoogstwaarschijnlijk ook in boekvorm verschijnen, althans voor een deel. Ik worstel nog een beetje met de indeling die ik voor de teksten wil gebruiken. Die indeling gaat vermoedelijk mee bepalen als dat boek er komt wat er wel en niet op papier cq. in de e-reader komt. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk onderverdelen. Maar ik wil wel de ‘pure micronaties’, die ook echt aan de criteria voldoen in een apart kader plaatsen.

Maar ja, twee categorieën. Al snel had ik er drie. Aan de andere kant van het spectrum heb ik namelijk ook een aantal zaken al beschreven die heel duidelijk afwijken. En ik wil er daarvan ook nog een aantal gaan beschrijven. Het gaat om rare grensconflicten, de lappendeken aan enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan, en er komen vast nog wel meer dingen bij. In het midden krijg je dan alle landachtige stukken die niet een micro-natie zijn. Drie categorieën dus. Ik had de micro-natiesite er al op aangepast.

Categorieën 1 en 3 leveren daarbij geen problemen op. Maar categorie 2 valt makkelijk weer uiteen in drie nieuwe groepen. Ten eerste zijn er de niet helemaal complete micronaties. Die voldoen niet aan een paar essentiële voorwaarden. Ze hebben bijvoorbeeld geen grondgebied (bijv. Lovely), geen inwoners, of geen paspoorten, geld en/of postsysteem, maar ze noemen zich wel micronatie.

De tweede groep binnen categorie 2zijn de mini- en microlanden die wél internationaal erkend worden zoals Monaco, Vaticaanstad en San Marino. Zeer verschillend dus van de eerste subgroep.

Binnen groep twee vallen daarnaast nog autonome gebieden van andere landen zoals Svalbard. Zoals bij vrijwel alle categorieën zijn ook de grenzen dáártussen lastig te trekken. Sommige landjes bijvoorbeeld, zoals in Micronesië vaak gebeurt zijn wel degelijk een echt land, inclusief internationale erkenning, maar hebben met een ‘grote broer’, vaak is dat Nieuw Zeeland, de afspraak dat die militair bijspringt als zo’n landje van soms maar 1200 inwoners zou worden aangevallen.

Verder vallen veel landen die door de meeste mensen als volstrekt onafhankelijk gezien worden nog steeds onder de Britse vorstin, zoals bijvoorbeeld Canada en Australië. Het verre vorstenhuis bemoeit zich zelfs soms met wat er in Australië op televisie wordt gebracht, zoals onlangs nog gebeurde. In het Caribisch gebied is het een ware lappendeken van (naast andere entiteiten) voormalige Britse Koloniën die deels wel, deels niet als enige band met de oude kolonist, de Engelse vorstin nog als staatshoofd erkennen.

Moet zo’n minilandje nu gezien worden als onderdeel van de UK of als zelfstandig land? Ook de VS heeft dit soort banden, die net als bij het UK vaak ook sterk verschillend zijn met allerlei verre gebiedsdelen (de VS hebben in tegenstelling tot de UK een echte indeling van de verschillende statussen wat dit betreft).

Bij Denemarken zijn de banden met gebiedsdelen op afstand op een ingewikkelde manier vaak nog veel zwakker. De Faeröer eilandengroep, iets dichter bij de Shetlands dan bij IJsland bijvoorbeeld. Officieel is dat een autonome provincie van Denemarken. Het gebied heeft echter een hoge mate van zelfstandigheid. Hoewel het genoemd wordt in het verdrag van Rome en heel duidelijk bij het werelddeel Europa hoort, is het in tegenstelling tot Denemarken zelf geen lid van de EU. En op Faeröer wordt betaald met de Faeröer Kroon, een eigen munt. Moet je het dan als zelfstandig land zien of niet?

Hoe dan ook, ik ga wel een dergelijke indeling maken, maar of dat uiteindelijk lopende het hele project helemaal consequent zal zijn…

De komende tijd ben ik van plan om niet alleen de website verder op orde te brengen, en een aantal van de huidige teksten te herschrijven, ik ga er zeker ook een aantal nieuwe maken. Er is naarmate je er verder in duikt, enorm veel op dit gebied. Het is moeilijk kiezen, en dat doe ik dus ook heel subjectief…

Ik heb er in de afgelopen tijd al meerdere al geschreven. Vrijwel geschikt om op de site te zetten zijn die van het koninkrijk Ladonia en van de republiek San Marino. De eerstvolgende die ik daarna ga publiceren zijn vermoedelijk de Vrijstad Christiania en de enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan. En misschien daarna Kaliningrad, het vroegere Königsberg, tegenwoordig een Russische enclave middenin de EU. Daarna komen dan weer een aantal ‘pure’ micronaties. (Dit alles zonder verdere garanties, dat spreekt…)

Categorie: micronaties – plusminus 738 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Gepost door: johnpiek | mei 22, 2011

757. Wie kent dit goedje nog?

Hoe maak je grappig materiaal met een visco-elasticiteit van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit?

757. Wie kent dit goedje nog?

22 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com

In de jaren zestig waren er verschillende rages. Veel mensen zullen zich Batman nog wel herinneren en de Thunderbirds. Een van de minder bekende voorbeelden was de zogenaamde ‘lachzak’. Dit was een stoffen zakje met daarin een huidkleurig stukje elektronica waarin een miniatuur doorzichtig grammofoonplaatje zat. Net als bij een scheetkussen moest het zakje enigszins onder druk gezet worden en er barstte een mechanisch klinkende aanstekelijke bulderende lach uit het apparaatje, die pas na enige tijd weer ophield.

Iets anders waarvan ik altijd gedacht heb dat een kortdurende rage was, bleek toen ik het ging opzoeken helemaal geen rage geweest te zijn.

De afgelopen weken vond er werk aan mijn huis plaats waarbij veelvuldig werd geschilderd. Op een bepaalde dag meende ik de geur van vroeger te kennen, en of de geur echt overeenstemde weet ik niet, maar ik bedacht me dat het rook als Silly Putty.

Silly Putty werd verkocht als speelgoed, in een ei dat je in twee helften open kon maken en weer sluiten. Na ‘gebruik’ kon je het spulletje daar ook weer in opbergen. Het materiaal waarvan ik altijd gedacht heb dat het een bijproduct was van de olie-industrie had een aantal bizarre kenmerken. Zo was het bijvoorbeeld zowel vast als vloeibaar. Dat wil zeggen dat de viscositeit, de stroperigheid van het materiaal varieerde met de druk waaraan het bloot stond. Zo kon je het tot een balletje kneden, en dan op tafel leggen. Een halve middag later was het balletje dan goeddeels uitgelopen tot een soort van plasje. Wanneer je er echter een staaf of broodje van kneedde kon je die vervolgens ook gewoon doormidden breken. Als je het materiaal op een harde ondergrond gooide, dan stuiterde het, door de klap een moment lang tot een rubberachtige vaste stof geworden, als een stuiterballetje weer terug.

In die tijd werden kranten doorgaans nog met olieachtige inkt gedrukt, en doordat het materiaal ook kleefde kon je wat er in de krant stond op het stuiterbal-boetseer-materiaal overbrengen. Die afbeelding of tekst kon je al dan niet vervormen en vervolgens op een ander blad papier weer afdrukken. Door die dubbele handeling was de kopie dan ook nog niet in spiegelbeeld.

Op Wikipedia is een hoop over het materiaal te vinden, en zo kwam ik er dus achter dat het helemaal niet een bijproduct van aardolie uit de jaren zestig was, maar dat het materiaal tijdens de oorlogsjaren per ongeluk was ontdekt. De VS zagen in die tijd Japan steeds meer gebieden bezetten waar de VS hun rubber van betrokken. Rubber was voor de oorlogsindustrie heel belangrijk, zodat er naarstig naar allerlei andere alternatieven als oplossing voor het rubberprobleem werd gezocht. Zo stuitte men dus op dit materiaal.

Bij de bijzondere eigenschappen van het materiaal wordt als belangrijkste een visco-elasticiteit genoemd van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit. Over het patent voor het spulletje werd in eerste instantie flink geruzied tussen twee onderzoekers die het materiaal vermoedelijk toevalligerwijze en onafhankelijk van elkaar ongeveer tegelijkertijd bedachten. Het niet giftige materiaal lag al in 1949 in de Amerikaanse speelgoedwinkels. In de jaren 50 ging een van de eerste TV-reclamecampagnes over dit speelgoed.

Het materiaal was vanaf 1961 ook in andere landen dan de VS verkrijgbaar, waarna het een hit werd in de communistische Sovjet Unie(!), in Italië en onder andere in Duitsland, Nederland en Zwitserland. Het werd in 1968 zelfs door de astronauten van Apollo 8 meegenomen naar de maan om onderweg tijdens gewichtloosheid hun ruimtegereedschap mee vast te maken zodat dit niet ging rondzweven. In 1987 werden er jaarlijks zo’n 2 miljoen eieren met Silly Putty verkocht.

Behalve in de ruimte wordt het materiaal vanwege de kleefeigenschappen bijvoorbeeld ook gebruikt om vuil te verwijderen zoals dierlijk haar. Ook bij medische behandelingen wordt Silly Putty soms gebruikt en bij wetenschappelijk onderzoek. Fysiotherapeuten gebruiken het om mensen met verwondingen aan hun handen te helpen de functionaliteit van hun handen terug te krijgen. Ook kan het in zijn algemeenheid helpen om stress te verminderen.

Silly Putty bestaat voor 65% uit dimethyl siloxane, een siliconenmateriaal dat voor de bijzondere eigenschappen zorgt. Het wordt verkregen door bepaalde polymeren te verkorten met behulp van boorzuur. Het bestaat verder voor 17% uit silica (kristallijn kwarts, dat bij een andere toepassing in gel-vorm ervoor zorgt dat verpakte elektronica bij verschepen niet vochtig wordt), een belangrijk ingrediënt is verder een aandeel aan verwerkte zaden van de wonderboom (castor beans in het Engels). Van deze castor-olie (Thixatrol ST) zit er 9% in en verder nog 1% van een drietal andere stoffen.

Silly Putty is nog steeds te koop. Ik heb het in Nederland na kort googlen niet kunnen vinden, maar via eBay betaal je ongeveer 2,50 euro voor een ei.

Het is niet heel moeilijk om Silly Putty zelf te maken. Een beschrijving hiervoor staat op:
http://www.hoedoe.nl/wetenschap-techniek/scheikunde/hoe-maak-ik-silly-putty

Silly Putty website: www.sillyputty.com

Categorie: life-log / nostalgisch / informatief – plusminus 792 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Gepost door: johnpiek | mei 13, 2011

756. Zoenend stelletje

756. Zoenend stelletje

14 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com

Eind jaren 70, begin jaren 80 organiseerde ik als radioamateur vele vossenjachten. Vossenjachten hebben in dit kader niets met dieronvriendelijke activiteiten te maken, maar het komt er in het kort op neer dat één zo’n zendgek zich ergens in de bosjes of op een andere meer creatieve plek moet verstoppen, en dat de rest, destijds vaak een hele meute die ene figuur met zijn/haar zender dan moet zien op te sporen. Voor opsporingsambtenaren van clandestiene zenders is het dagelijks werk, maar radioamateurs zien het bij dit soort gelegenheden meer als sport. Er zijn meerdere varianten van dit soort vossenjachten, bij veel daarvan wordt er alleen gelopen. Wij hadden destijds een systeem waarbij we in het begin dat we ze organiseerde nog een aparte puntentelling hadden voor lopers, fietsers en autorijders maar uiteindelijk was de praktijk dat iedereen vanaf een parkeerplaats op een van de hoogste plekken van Amersfoort (voor wie het kent nabij het Belgenmonument) met de auto startte en afhankelijk van de plek alleen de laatste meters, of hooguit honderden meters lopend aflegde. Teams bestonden dan ook meestal uit een chauffeur en een navigator annex jager.

Hoewel ik ook in de competitie van de jachten zelf weleens heel aardig heb gepresteerd, was ik doorgaans toch een vrij matig vossenjager. Des te beter was ik in het bedenken van rotstreken als ‘vos’. Dat bleef bij de anderen niet onopgemerkt, en zo is er als ik een enkele keer toch eens zelf op vossenjacht ging meermalen op een sympathiek bedoelde manier wraak op mij genomen.

Een van die keren was de vos een voor mij onbekend persoon. D.w.z. ik kende hem wel, maar ik wist niet wie het was. Of zelfs maar dat hij bij het vossenjagen betrokken was. Zodoende had ik ook niet direct in de gaten wie of ik in het donker voor me had.

De auto door mijn vaste kompaan bestuurd bracht mij vlak in de buurt van diens woonhuis, park Randenbroek, waar je destijds nog in donker zonder al te ongerust te zijn voor criminaliteit of dingen die mogelijk in strijd zijn met de zedenwetten van mijn woonplaats kon rondlopen. Ik begon vanaf (opnieuw voor wie de omgeving kent) de richting van het ziekenhuis, net buiten het park aan de andere kant van de beek te lopen. Het was in een korte periode dat ik met jagen buitengewoon goed presteerde, wat kwam door een deels zelfbedachte en zelfgebouwde peilontvanger, die weliswaar uiterst geschikt was voor het peilwerk, maar tegelijk ook zo onhandig zwaar en weinig waterdicht dat ik hem daarna voor dat doel nog maar heel erg weinig heb gebruikt. Nadat ik tweederde van de zijde langs het park had afgelegd, wist ik daardoor absoluut zeker dat de zender zich op een bepaalde plek precies aan de andere kant van de beek bevinden moest.

Doordat we bovendien, peilantenne uit het raampje van de VW-kever gestoken, vrijwel in een rechte lijn vanaf heb Belgenmonument naar beneden bij het park gereden waren, wist ik zeker dat ik absoluut tot een van de eersten moest behoren die op de plek van bestemming was aangekomen. Kortom, nog even stug doorstappen, beek over en de ingang van het park in, en de overwinning kon mij bijna niet meer ontgaan. Voorzichtigheidshalve in het donker poolshoogte genomen van de situatie ter plekke. Meestal zit er een persoon bij of dichtbij de zender, maar soms hangt er een briefje aan of een stapel briefjes waarvan je er eentje ten bewijze mee moest nemen. Dat viel nog niet mee, want ondanks dat mijn ogen al een poosje aan het donker waren gewend ontnam de donkere nacht en het dichte bladerdak mij vrijwel alle zicht.

Toch ontwaarde ik vrijwel op de plek waar ik gepeild had op een bankje een silhouet. Ik peilde van een meter of 100 afstand nog maar eens extra. Geen zin om een eventueel agressieve zwerver onnodig uit zijn slaap te halen. Maar nee hoor. Pinpoint-precies om het zo maar te zeggen. Maar ik bleef niettemin voorzichtig. Voor hetzelfde zat de vos 10m achter het bankje en had ik alsnog te maken met een zwerver.

Op de bank bleek een zoenend paartje te zitten. Ik was redelijk overtuigd van mijn gelijk en riep van dus een meter of acht afstand “ik zoek de vos”. Ze gaven enigszins geamuseerd aan dat ze geen idee hadden waarover ik sprak. Maar ik wist het zeker, dus drong ik aan. Het bleek dat ze toch wel graag met rust gelaten wilden worden. Toen ik een derde keer vroeg werd ik resoluut weggestuurd. Vervolgens nog een aantal keren gepeild, niet verder dan 50 tot 100 m vanaf de plek, maar de man in kwestie met zijn resolute stemgeluid maakte de indruk dat er niet met hem viel te spotten, en omdat met het sowieso onverstandig leek om zoogdieren bij hun paringsritueel lastig te vallen besloot ik mijn heil elders te gaan zoeken. Vossenjachten op de betreffende frequentie in bewoonde omgevingen staan bekend om de vele reflecties van het signaal die ook geregeld valse peilingen veroorzaken.

Afijn, nadat ik mijn actieradius tot zeker 15 minuten loopafstand had uitgebreid kwam ik zo’n 40 minuten later alsnog op dezelfde plek aan. Het paartje zat er nog steeds, en toen ik nogmaals in hun richting keek leek het alsof ze me vol medelijden wenkten. Jawel, ik had wel degelijk de vos als een van de eersten aangetroffen, maar doordat ik me dus had laten aftroeven stond ik dit keer bij de prijsuitreiking zowat onderaan de lijst.

Het moeilijkst was vervolgens nog mijn gang naar het nabijgelegen cafetaria waar de prijsuitreiking dus zou plaatsvinden. Het liefste was ik gewoon direct naar huis gegaan. Uiteraard waren de meesten daar al binnen komen wandelen. De creatieve manier waarop de vos zich dit keer had verstopt, maar bovenal hoe ze de jongen die zelf altijd de gemene streken uithaalde hadden afgetroefd was er inderdaad aanleiding voor veel hilariteit. Eigen schuld dikke bult.

Categorie: life-log – plusminus 986 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Gepost door: johnpiek | mei 13, 2011

755. Schurken!

755. Schurken!

10 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com

Nou ja, misschien niet letterlijk. Maar toch, in mijn beleving…

Ik heb in het verleden al vaker rare problemen gehad met ’s lands beste internetprovider. Maar wat ik de afgelopen week meemaakte had enige trekjes waar de DDR-regering in haar gloriedagen waarschijnlijk trots op had kunnen zijn.

Voor de goede orde: geregeld ontvang ik brieven van het bedrijf, vaak vergezeld van een aardig presentje waarin het niet nalaat mij te prijzen omdat ik officieel tot de 300 eerste van hun nu vele tienduizenden klanten behoor.

XS4ALL was van huis uit een stichting. Opgezet door eerlijke mensen met oprechte idealen, zoals Rop Gonggrijp en Felipe Rodriquez. Nooit bedoeld als internetbedrijf, maar als nevenactiviteit van een vereniging van hackers die dat hacken deden om de juiste motieven, namelijk misstanden aan de kaak stellen.

Hoewel het bedrijf nog graag flirt met de standpunten van weleer lijkt het een soort wolf in schaapskleren. Rond de millenniumwisseling werd het bedrijf gekocht door KPN. Die aankoop snapte ik nog wel. De mensen van de beginperiode waren dus geen zakenmensen of managers. Zij deden het besturen van dat steeds meer groeiende bedrijf tegen wil en dank. Het waren mannen met dikke brillen, deels kale hoofden, slobberige T-shirts met cola en met pizzavlekken en met soms een paardenstaart, samen met hun vrouwelijke equivalenten.

Managen kun je beter overlaten aan mensen die daarvoor hebben doorgeleerd, maar die bovendien in de wieg zijn gelegd, of zich later hebben ontwikkeld tot het willen doen van dat soort werk.

Lange tijd heeft de oude garde zich vervolgens tegen de verKPNisering weten te verzetten. Maar meer en meer van de mensen die ik kende van weleer die bleken door de jaren heen er niet meer op hun plek. Ik bedoel dat dus zowel letterlijk als figuurlijk.

Ik behoor er tot de klanten van het eerste uur, en heb het bedrijf al de jaren, eigenlijk vanaf het allereerste begin steeds gevolgd. Een rotte kies is het inmiddels waarvan alleen het dunne laagje glazuur aan de buitenkant nog over is. Het heeft me in afgelopen jaren al in toenemende mate verbaasd hoe het bedrijf zich nog steeds binnen de top drie, en meestal zelfs op één van de bedrijven met de beste service heeft weten te handhaven. Zoals een werknemer van het bedrijf van de oude garde een aantal jaren geleden al eens op fluistertoon tegen me verzuchtte: “Als ik zie hoe erg het bij ons is, dan vraag ik me wel eens af hoe erg het bij al die anderen wel niet moet zijn…”

Meermalen heb ik in het verleden conflicten gehad om dingetjes soms en af en toe wat groters, zoals een fiks geldbedrag dat onterecht was geïncasseerd, maar waar ik alleen met de allergrootste moeite mijnerzijds niet naar heb hoeven fluiten.

In het begin van deze eeuw haakte het bedrijf in op de populaire podcast-rage. Dat was rond 2003 of 2004. De firma heeft meerdere van deze experimentele diensten, maar ik was aan met name deze dienst verknocht geraakt. Wat heet. Toen XMSnet met een glasvezeldienst beter dan de ADSL van XS4ALL kwam, was dit een van de twee redenen dat ik aan het bedrijf bleef hangen. Tot vorige week was ik er een van de meest actieve gebruikers van. Ik had er bij benadering zo’n 600 abonnees. Natuurlijk was ik me ervan bewust dat zo’n experimentele dienst geen eeuwig leven is beschoren.

Toen ik gisteren een nieuwe podcast online wilde zetten kwam ik niet op het inlogscherm, maar gewoon op de XS4ALL-website. Daarop stond vermeld dat de dienst de week ervoor was opgeheven. Het had lang genoeg geduurd. De knop was omgedraaid. Alleen hebben ze mij dat dus als gebruiker even verzuimd te melden. De tekst ging verder dat het ook makkelijk kon, dat opheffen. Podcasten was tegenwoordig op meer plekken mogelijk, er waren immers twee mooie alternatieven: podplaza.nl en gespod.nl

Mijn broek zakte op mijn enkels van verbazing. Gelukkig kon niemand dat verder zien, maar twee van mijn drie katten zijn de schok daarover dus nog altijd niet te boven. Die broek dat was dus niet alleen verbazing over het gemak waarmee een van de trouwste klanten van het bedrijf wordt gebruuskeerd en gedupeerd. Maar ook over het feit dat men dus niet blijkt te weten dat het alternatief podplaza al in 2009 de handdoek in de ring gooide, en dat gespod.nl eind november 2010 stopte met het nog langer verspreiden van haar podcasts.

Het is voor mij technisch en financieel geen groot probleem om een nieuwe podcast op te zetten. Maar wel kan ik mijn 600 trouwe abonnees dus niet laten weten dat mijn oude podcastlink het niet meer doet, en waar ze die nieuwe podcast van mij dus kunnen betrekken. Ik weet van bijna geen van alleen waar ze zitten of wat voor andere info ook.

Een verzoek vanochtend om dan toch op zijn minst op de oude link kort een mededeling neer te zetten waar mijn nieuwe podcast is te vinden werd in één simpel woord afgedaan: ‘nee’. Dit slechte nieuws aan mij overbrengen werd overgelaten aan een sympathieke en zich hierover hoorbaar schuldig voelende helpdeskmedewerker die zo te horen aan hoe vaak hij dingen na moest vragen, slechts korte tijd bij het bedrijf in dienst moet zijn.

Nu ik erover nadenk: schurken zijn het inderdaad niet nee. Maar onbeschofte hufters wel!

De link van mijn nieuwe podcast, sinds vanmiddag in de lucht:

http://podcast.shorties.nl/rss.xml 

(Abonneren kan via bijv. browser, Outlook, Thunderbird of een gespecialiseerd programma zoals Feedreader).

Categorie: life-log – plusminus 885 woorden – Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.

Older Posts »

Categorieën